Postzegel en Munthandel
Gebr.Vrijdag
a.d.Schiedamseweg te Rotterdam

In 1978 zijn we dus een postzegel en muntenhandel begonnen. Het was een voormalige slijterij en kan me nog herinneren dat ik daar als kind voorbij liep en allemaal flessen drank in de etalage zag staan. Misschien is de dorst toen begonnen. We hebben eerst enkele honderden lege flessen uit de kelder gehaald. Er stonden ook nog een aantal volle flessen. Heb er een paar aan een klant gegeven en heb hem nooit meer gezien. Ben zelf in Delfshaven geboren en voelde me direct weer thuis. We hebben het een en ander aan het pand opgeknapt en woonden er boven.


De tent was open en we verkochten postzegels en aanverwante artikelen of we nooit iets anders gedaan hadden. Eerst was de omzet matig maar allengs nam de handel toe en hadden we weer brood op de plank. De Schiedamscheweg is altijd een leuke winkelstraat geweest en er was veel te beleven.

Tripje: Die woonde bij ons aan de overkant. Kon de zaak mooi in de gaten houden als ik op m'n gemak uit het raam zat te kijken. Tripje kwam dan de deur uit. Het was een klein vrouwtje. Op een of andere manier had ze een vreemde start. Haar achterpootjes probeerden wel vooruit te komen maar ze wilde maar niet starten. En dan plotseling daar ging ze, trip, trip, trip. Vandaar die naam.
Op zekere dag na weer een paar valse starten kwam ze bij de oversteekplaats waar het drukke verkeer voorbij raasde. Midden op de rijweg stond Tripje stil en wat ze ook probeerde er zat geen beweging meer in. Het verkeer raasde haar aan twee kanten voorbij. Uiteindelijk hebben twee mannen haar opgetild en naar de overkant gebracht.

Chinees: Midden op de drukke weg en bij ons voor de deur stond een personenauto met zo te zien een Chinees erin. De motor stond af en de achterop komende wagen stonden te claxoneren dat horen en zien verging. Bij de Chinees geen beweging. De automobilisten tikten op z'n ruiten en probeerden de deuren te openen. Die zaten stijf op slot. De politie werd geroepen maar die lukte het ook niet om hem uit de wagen te krijgen. Chinees bleef stokstijf achter het stuur zitten. Daar kwam de takelwagen. De voorwielen van de Chinese auto werden opgehesen en zo ging de hele stoet inclusief Chinees achter het stuur richting politiebureau.

Blonde Meermin: Bij mooi weer zat ik 's zomers op woensdagmiddag dikwijls op m'n balkonnetje bij de geraniums (zie foto). Dan kon ik de halve weg afkijken naar weerskanten. Zodra de bel van de brug ging gaf iedereen gas om er nog op tijd overheen te komen. Sommigen reden dan over de tramrails om maar vooral vooraan te komen. Zo ook een blonde schoonheid wier gezicht dik onder de bruine buitenbeits zat. Ze reed in een peperduure auto. Het wachten ging haar klaarblijkelijk vervelen en ze schoot van de weg de trambaan op. Nu stonden er langs de trambaan van de gemene betonnen paaltjes (zie foto) en daar knalde dat mens overheen. Muurvast. Volle kracht achteruit en dat lukte. Alleen de voorbumber bleef op de tramrails liggen.

In 1980 ging Juniana met pensioen en werd opgevolgd door Beaxtrix. Dit was een gouden tijd voor de munthandel. Iedereen spaarde plotseling zilveren guldens, rijksdaalders en zilveren tientjes van Juliana. Ook de albums om de munten in te doen waren niet aan te slepen. De koperen centen van Juliana deden een gulden per stuk. Ongeopende zakken van 1000 stuks gingen als warme broodjes over de toonbank. Leverde alleen op bestelling want deze gekke rage kon nooit lang duren.

Komkommerkoning: Bij Bas v.d. Heijde ging hij de kokommers op versheid controleren. Hij stond bij een bak met komkommers en brak ze een voor een door midden. De man had een kleine storing in z'n bovenkamer. Politie er bij. Komkommers moesten wel betaald worden en hij mocht zo ook meenemen.

Nacht: Op de Schiedamscheweg was het eigenlijk nooit stil. de tram maakte een leuke herrie en dan nog de auto's. Het politiebureau was op Het marconiplein. De taxi stond bij de ingang van de metro met de mobilofoon aan. Ziekenwagens en brandweerauto's scheurden dag en nacht over de weg. Als er hier of daar werd ingebroken hoorde je het alarm afgaan. Verslaafden lagen soms in de portieken te slapen. Dan was er ergens weer brand of sprong er een of andere gladiool uit het raam.
Maakte s'nachts dikwijls een rondje vergezeld van m'n hondje, een bouvier met scherpe tanden. Op zekere nacht reed er een personenwagen met een bloedgang over de weg achtervolgd door een paar politiebusjes. Een van de busjes raakte met z'n voorwiel het betonnen paaltje op de trambaan en daardoor vloog z'n voorwiel er af.

Tram: Een mooie Turk dacht dat hij voorrang had omdat hij van rechts kwam en ramde met volle vaart de tram. De tram schoot uit de rails reed de straat over en stopte 1 meter voor een woonhuis.

Tarzan: Tarzan was een gewezen havenarbeider die in de WAO liep, lopen? hij had een mank been. We noemde hem tarzan omdat hij altijd in z'n ondergoed in de keuken liep te rommelen. Af en toe gooide hij een kwak spagettie uit het raam voor de katten.
Kwam tarzan tegen toen hij van de apotheek kwam. Zo te zien had hij zelf z'n medicijnen al ingenomen "Lucas Bols". Onder z'n arm had hij 2 grote flessen. Tarzan riep: "Heb 2 flessen klerezooi bij de apotheek gehaald en die moet bij m'n vrouw op d'r teringlijer smeren."

Metrobouw: Na de metrobouw, wat voor een hoop overlast heeft gezorgd, begon de omzet langzaam terug te lopen. De reguliere winkeliers verdwenen een voor een en daarvoor in de plaatse kwamen er allerlei Lorrenzaken. Gooi en smijtwerk!! Blikke Henkie de juwelier met verbeelding, die zo door ons genoemd werd omdat dat hij van die stalen rolluiken voor z'n winkel had en soms uren nodig had om die naar boven te krijgen, gaf z'n pijp aan Maarten.
Naast ons kwam een nieuwe juwelier "De Twee Hoge Hoeden" Die twee meiden stonden vroeger op de Rotterdamse markt met een hoge hoed op en verder luchtig gekleed. De echtgenoot van een der dames runde de juwelierszaak. Veel had hij niet te doen en zat meestal te slapen. Het rook erg naar jenever!!!
De zaak heeft niet erg lang bestaan. Steeds kwamen er mensen aan me vragen waar de "juwelier" gebleven was want zo hadden garantie op een of ander goedkoop defect horloge.

De tijd was gekomen om weer eens te verkassen. Iedere zondag gingen m'n broer en ik het land in om naar een ander huis te zoeken. Aan de hand van advertenties reden we van hot naar haar. Na een half jaar nog niks gevonden. Op een zaterdag werd er een huis in SPRUNDEL aangeboden. Wisten wij veel waar Sprundel lag. Ik zal eens bellen en m'n broer dacht dat zal ook wel weer niets zijn. Toch maar telefonisch opgetelefoneerd. En toenvallig op moederdag zijn we naar Sprundel gegaan. Eerst de buurt een beetje verkend. Toen zagen we het huisje staan gelegen aan een prachtig grasveld in een rustige omgeving. M'n broer was gelijk verkocht. Wij naar binnen. Daar m'n broer bij een architectenbureau werkte had hij al snel de verborgen gebreken en achterstallig onderhoud in de gaten. Daardoor konden we een flink stuk van de prijs afknabbelen. Hij was ook zo slim geweest om een koopcontract mee te nemen. "Hier tekenen" riep hij. De mensen stonden wel even verbaasd te kijken. De zaak was binnen een half uur beklonken.
Later hoorden wij dat er 's maandags nog meer gegadigden kwamen kijken en sommigen waren kwaad omdat het huis verkocht was.

We hebben de meeste postzegels en munten verkocht. Het pand in Rotterdam konden we kwijt aan een of andere Surinaamse huisjesmelker en zo zijn we naar Brabant vertrokken.